8-velden-model

Van organisatieprobleem via ontwikkeltraject naar impact en resultaat

Bij het ontwerp van een traject werk ik met het 8-velden model (Kessels en Smit). Om te beginnen zullen we de uitdaging van uw organisatie onder de loep nemen en dit als een realiseerbaar organisatiedoel formuleren. Dat kan bijvoorbeeld zijn het terugdringen van de foutkosten of het verhogen van de klanttevredenheid.

Gewenste werksituatie

Vervolgens is het van belang dat duidelijk wordt hoe de werksituatie er uit ziet, als het beoogde doel bereikt is. Hier wordt duidelijk wat er zal moeten veranderen in die werksituatie. Soms zijn er aanpassingen nodig in de manier van werken, de taakverdeling of taakinvulling, de toewijzing van verantwoordelijkheden, de manier van beoordelen of belonen, het gebruik van hulpmiddelen of een aanpassing in de informatievoorziening.
Vaak is het nodig dat er iets wijzigt in de houding of het gedrag van de medewerkers en of het management. Een zinvol ontwikkeltraject gebaseerd op houding en gedrag, levert een duidelijke bijdrage aan de gewenste veranderingen en wordt vaak gecombineerd met een van de eerder genoemde aanpassingen.

Vaardigheden, inzichten, houding en gedrag

Als duidelijk is welke veranderingen er bewerkstelligd moeten worden, bekijken we welke nieuwe vaardigheden, inzichten, houding en gedrag aan deze veranderingen zullen bijdragen. In de ontwikkeltrajecten die ik begeleid, leren de deelnemers op drie niveaus, namelijk die van Verbetering, Verandering en Ontwikkeling. Anders gezegd; WAT we doen, kan dat beter?; HOE?, Doen we de goede dingen?; en tot slot WAAROM komen we tot de keuzes die we maken. Leren op deze drie niveaus zorgt voor een duurzame gedragsverandering.

Vaststellen leersituaties

Aan de hand van de de voorgaande stappen creëren we leersituaties. Hierbij maak ik in belangrijke mate gebruik van ervaringsleren. Hierbij brengen we de deelnemers in situaties, die representatief zijn voor de werksituatie of waarin zich vergelijkbare uitdagingen voordoen. In deze situaties doen de deelnemers nieuwe vaardigheden en inzichten op en oefenen ze met ander gedrag, waarmee ze de gewenste verandering in de werksituatie kunnen realiseren. De situaties zijn rechtstreeks toegespitst op de leervraag van een groep op dat moment. Door in verschillende situaties het nieuwe gedrag toe te passen en te oefenen, verbetert de transfer naar de dagelijkse werkzaamheden. Met de toepassing van het nieuwe gedrag in de praktijk wordt het initiële doel gerealiseerd en het organisatieprobleem dat daaraan ten grondslag lag, opgelost.

Impact en evaluatie

Vóór de start zullen we vaststellen wanneer een traject geslaagd is. Worden de nieuwe vaardigheden correct toegepast in de werksituatie (kunnen ze) en gebeurt dit ook daadwerkelijk (doen ze)? Hoe zit het met de ondersteuning door leidinggevenden of collega’s, de beschikbaarheid van tijd en middelen, de aanwezigheid van feedback op het functioneren en passende beoordelingen?
Het houden van interviews onder deelnemers, hun leidinggeven of hun collega’s en het observeren in de werksituatie is een goede manier om dit te toetsen. Tenslotte stellen we vast in welke mate de veranderingen ook daadwerkelijk leiden of hebben geleid tot de oplossing van het oorspronkelijke vraagstuk.