Blog

Zelfsturende organisaties

Een mierenkolonie vormt een bijzonder krachtige organisatie. Duizenden mieren werken hard en effectief samen. Samen lukt het hen met allerlei dreigingen van buitenaf om te gaan, waar een enkele mier geen kans van slagen zou hebben. Toch hebben ze geen top-down hiërarchie. Hoe werken ze dan samen?

Een mierenkolonie ontstaat doordat een koningin en enkele mannetjes een bestaande kolonie verlaten. Gedurende hun vlucht naar een nieuwe nestplaats paren de mannetjes met de koningin en gaan kort daarna dood. Hun rol in het leven is dan vervuld. De koningin is nu alleen en verliest de vleugels die ze tot dan toe had. Ze graaft een gat en blijft gedurende de rest van haar leven onder de grond. Dit is de start van een nieuwe kolonie, die wel 15 tot 20 jaar kan bestaan. Als de koningin een tunnel en een kraamkamer onder de grond heeft gegraven, begint ze met het leggen van eieren. De nieuwe mieren beginnen het nest uit te breiden en gaan op zoek naar voedsel. In die beginjaren groeien het nest en de populatie constant. Na ongeveer vijf jaar als de kolonie uit 10.000 mieren bestaat, stabiliseert de groei. Behalve de koningin leven de mieren ongeveer een jaar. Een mierenkolonie is voor haar voortbestaan volledig afhankelijk van de koningin. Als na 15-20 jaar de koningin dood gaat, zal de kolonie uitsterven.

Mieren hebben in de kolonie verschillende rollen. Afhankelijk van hun rol voeren ze verschillende taken uit. Naast de koningin bestaan er de verzorgers, de schoonmakers en de voedselverzamelaars. Hoewel elke kolonie een koningin heeft, is er geen centrale aansturing. Diep verstopt in de kolonie zorgt de koningin voor nieuwe mieren, waarbij ze zich niet bewust is van wat er buiten de kolonie gebeurt. De voedselverzamelaars spelen een belangrijke rol in de voedselvoorziening van de kolonie, maar toch zijn er geen instructies van bovenaf. Iedere mier is autonoom en krijgt geen orders. Als er geen instructies van bovenaf zijn, hoe komt het dan dat de mieren zo goed samenwerken? Hoe weet iedere mier zo goed wat te doen?

Mieren herkennen elkaar aan specifieke geuren (feromonen). Ze zijn niet alleen in staat om te herkennen of de ander tot dezelfde kolonie behoort, maar ook welke rol de ander heeft en in welke richting de ander beweegt. Afhankelijk van zijn eigen rol zal een enkele mier zijn gedrag baseren op het aantal mieren dat het tegenkomt. Een voedselverzamelaar zal bijvoorbeeld het nest verlaten als er een aanzienlijk aantal mieren met voedsel terugkomt naar de kolonie. Als er minder voedsel wordt gevonden, komen er ook minder mieren terug met voedsel. Minder voedselverzamelaars verlaten vervolgens het nest en minder energie wordt verspild. Als er onvoldoende voedselverzamelaars zijn, zullen de rollen van de mieren veranderen, zodat voldoende capaciteit beschikbaar is om voedsel te verzamelen. Het is bijzonder dat gemiddeld de helft van de kolonie zonder werk is. Ze zijn klaar om in actie te komen als dat nodig is. Sommige soorten mieren kweken zelfs hun eigen voedsel als in een soort landbouw of veeteelt. De combinatie van het aanpassend vermogen van de kolonie en een groot aantal beschikbare mieren zorgt voor het succes van deze diersoort. Mede hierdoor bestaan mieren al sinds het paleoceen (65-23 miljoen jaar geleden).

Een kolonie mieren is dus niet efficiënt, maar wel effectief. De mieren werken onafhankelijk of zelfstandig op een gestructureerde wijze. Hoewel ze zich soms niet van elkaar bewust zijn, vormen ze samen een geheel dat meer is dan de som van de delen. Het gedrag van de mieren ligt vooraf niet vast en hangt af van omgevingsfactoren. Het omgaan met toevalligheden is een centraal element in het leven van de mieren, en dat is uiterst effectief gebleken. De uitnodiging aan organisaties op basis hiervan is dan ook om minder in regels en procedures vast te leggen en meer uit te gaan van de kracht van de medewerkers.

0
  Verwante berichten